Denkend aan Zwitserland
zie ik breede dijen
fraai door oneindig
hoogland gaan,
rijen ondenkbaar
ijle ploeggenoten
als laage pluimen
aan den meet staan;
en in het
zadel verzonken
de machtige billen
gekoesterd door zijwind,
rechte wegen, scherpe bochten,
een bescheiden glimlach,
de fiere neus
in een grootsch verzet
de rug gekromd
je tijdrit wordt er langzaam
in des omstanders
kreten gesmoord,
en in alle gewesten
wordt de stem van je kuiten
met zijn eeuwige stampen
gevreesd en gehoord
(naar)
2 opmerkingen:
Fabian schmabian
Gheghe..
Een reactie posten