Posts tonen met het label fietsen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label fietsen. Alle posts tonen

woensdag 30 mei 2012

Andy Schleck is een pannenkoek

Nee, het staat nergens. Tenminste, niet letterlijk. Maar ik meen me na het lezen van Michael Boogerds Handboek voor de Tour de France 2012 de vrijheid te kunnen veroorloven Boogerds gedachten over de jongste Schleck even samen te vatten. Want hij komt er niet best vanaf, het wonderkind dat steeds nét naast het geel grijpt. De trui die hij dinsdag in Luxemburg kreeg uitgereikt laten we maar even buiten beschouwing.

Goed, eerst eens over het boek. Het Handboek doet precies wat het zegt. Een puike vooruitblik op de komende Tour met een goed overzicht van alle etappes, alle ploegen, alle kanshebbers en uiteraard de standaard historische overzichten met winnaars, truien en klassementen. Niet origineel – er verschijnen elk jaar stapels van dit soort boeken – maar verdraaide handig en perfect om straks in juli naast de televisie te leggen.

Wat het boek anders en leuk maakt zijn de stukken genaamd Boogerds Blik. Daarin geeft hij zijn visie op elke etappe en elke kanshebber, gelardeerd met anekdotes over zijn dagen in het peloton. En omdat hij met veel nu nog actieve renners heeft gekoerst, zijn die buitengewoon informatief. Maar vooral zijn ze heerlijk openhartig. En de redacteur van het boek heeft gelukkig niet de fout gemaakt Boogerds verhaal te veel willen stroomlijnen. Hij klinkt op papier gewoon als zichzelf. Thomas Voeckler is ‘een kwal’, Liquigas kan op klimmetjes soms ‘schofterig doortrekken’ en koersen in Noord-Frankrijk is vreselijk deprimerend. ‘Word je ’s avonds weer afgegooid op zo’n industrieterrein met een Buffalo Grill, een Ibis en een Campanile.’

Boogerds Blik is waar het in dit boek omdraait. En precies daardoor is het bijzonder geslaagd. Het is verfrissend, gortdroog en erg geestig. Behalve dan als je fan van de gebroeders Schleck bent. Want die komen er niet best af. Ze zijn ‘gluiperige kwakkers’, ze kunnen ‘niet sturen’ en vinden zichzelf ‘heel cool’, maar zonder Fabian Cancellara ‘zijn ze nergens’. Over welk onderwerp of welke favoriet het ook gaat, overal weet Michael wel een linkje naar de Schleckjes te leggen. Vandaar dat ik in de titel de vrijheid nam zijn blik even samen te vatten. Al was het maar omdat ik zijn conclusie over de komende Tour de France deel. Dus, namens mijzelf en Michael Boogerd:

Cadel Evans gaat de Tour winnen. En Andy Schleck is een pannenkoek.

Handboek Tour de France 2012 – Michael Boogerd en Maarten Scholten.
ISBN 9789026325649
Uitgeverij Ambo/Anthos
Prijs: €15,00

Dit postje staat ook op Het is Koers

dinsdag 7 februari 2012

Tussen geven en nemen

De bedoeling was dat ik een recensie zou schrijven van Tussen geven en nemen van Hein Lodewijkx. En geen nood, opdrachtgever, auteur en uitgever, dat doe ik ook. Min of meer. Maar het toeval wil dat ik het boek uitlas op de dag dat de schorsing van Alberto Contador naar buiten kwam. En na een dag lang nadenken, discussiëren, me opwinden en proberen de zaak te snappen kwam ik tot de conclusie dat het boek van Lodewijkx me het perfecte handvat had gegeven voor een stuk over doping, dopingstraffen en hoe er mee om te gaan. En dat leek me een groter compliment voor een auteur dan droog vertellen wat ik van zijn boek vond.


Hein Lodewijkx is sociaal psycholoog. En wielerliefhebber – goed volk dus. Lodewijkx probeert in zijn boek het wielrennen te benaderen vanuit allerlei sociaal-psychologische begrippen. De allesoverheersende groepsdwang van het peloton komt aan de orde, maar ook het beroemde Prisoner’s Dilemma (wiki), dat buitengewoon goed en helder toepasbaar blijkt op allerlei klassieke wielersituaties, van linkeballen tot flikken, van combines tot dopingmisbruik. Maar vooral die groepsdwang, die groepscultuur – Omerta anyone? – is fascinerend en lijkt erg bruikbaar om de dopingkwestie op te lossen. Of in ieder geval eens helemaal anders te bekijken, want zo als het nu gaat, daar wordt helemaal niemand beter van.

Wielrennen kent valsspelers en spelbrekers. Die valsspelers, zij die de van buitenaf opgelegde regels van bijvoorbeeld fair play en doping overtreden, worden binnen het peloton vaak gewoon geaccepteerd. Ze passen zich immers aan de cultuur die in het peloton heerst en zolang ze maar niet teveel opvallen en geen misbaar maken, en vooral niet met de buitenwereld praten, kan de groep prima met ze leven. Spelbrekers daarentegen, daar heeft men een broertje dood aan in het peloton. Zo hard rijden dat het overduidelijk is dat je geprepareerd bent, zelfs vooraf aankondigen waar je je tegenstanders gaat vernederen, dat is not done. Vraag maar aan Riccardo Riccò. Of uit de school klappen over doping, je niet neerleggen bij de code van het peloton. Dat maakt je een spelbreker. Peter Winnen ervoer het nadat hij – jaren later nota bene- op televisie openlijk vertelde over zijn dopinggebruik. Hij verloor er goede vrienden door. Hij was een van een acceptabele valsspeler opeens een onacceptabele spelbreker geworden.

En daar, in dat mechanisme, ligt misschien wel de oplossing van het dopingprobleem. Als we er voor kunnen zorgen dat de cultuur binnen het peloton zo verandert dat valsspelers – zij die doping nemen- worden gezien als spelbrekers. Als we de groepsdwang juist inzetten als anti-doping instantie. Alle slechte dingen van het wielrennen zijn gebaseerd op groepsdwang – de angst om eruit te liggen- en op angst om te verliezen. Waarom niet iets positiefs beginnen gebaseerd op die mechanismen?

Lodewijkx stelt voor dat alle renners een dopingdagboek bijhouden. Alles wat ze op een dag binnenkrijgen, van supplement en vitamine tot wat dan ook. Dat dagboek houden ze niet bij voor de UCI of het WADA, nee, dat dagboek houden ze bij voor het peloton, voor de groep. En die groep overlegt ook, in samenwerking met artsen uiteraard, over wat toelaatbaar is. Laat ze er maar eens eerlijk over zijn, dat je de Tour niet op een boterham met pindakaas rijdt. Dat weet iedereen al lang. De UCI blijft gewoon tests uitvoeren, maar het verschil is nu dat als je betrapt wordt op iets dat je niet had overlegd en niet in je dagboek had geschreven, je er nu uitligt in de groep, in het peloton. Je bent van valsspeler nu een spelbreker geworden. En daar houdt het peloton niet van hadden we geconstateerd, van spelbrekers.

Naïef? Wellicht. Alhoewel de tendens al wel die kant op lijkt te gaan. Een aantal ploegen maakt bloedwaarden en testuitslagen al openbaar op de eigen websites. En het peloton zal eens moeten beseffen dat het zo niet door kan gaan. Het kan niet elke keer schande roepen van regels en dopingcodes als ze niet zelf het heft in handen nemen. Het kan niet steeds naar de UCI, de ASO, de WADA en het CAS wijzen als de renners zich niet eindelijk eens verenigen, écht solidair met elkaar zijn en niet steeds in de slachtofferrol kruipen of collega-renners die verzuipen in het systeem laten vallen als een baksteen. Zij zíjn het peloton, zij zíjn de sport. Zonder hen geen wielrennen, geen televisie-uitzendingen. Laten ze de Formule 1 eens als voorbeeld nemen. Daar streden de coureurs jarenlang tegen onveilige circuits, tegen onwillige circuiteigenaren die te beroerd waren geld uit te geven aan verbeteringen ten behoeve van de veiligheid. Het was een lange strijd, maar de coureurs verenigden zich, dreigden volkomen terecht met stakingen en kregen uiteindelijk hun zin.

Neem je verantwoordelijkheid renners, en stop met zeuren. Het heeft lang genoeg geduurd. Hoe lang blijkt wel uit dit citaat van Peter Winnen, over de beruchte Festina-Tour: ‘De Tour van 98 deed voor mij de deur dicht. Ik voelde mij als oud-coureur genaaid. Niet door de publicaties, maar door het milieu zelf. Ik voelde mij vies: daar heb ik verdomme ook bij gehoord. Die coureurs en ploegleiders hebben toen een geweldige kans laten liggen. Ze hadden moeten zeggen: “En nou zijn we het zat. Iedereen kan toch op zijn vingers natellen dat er in het hele peloton geen hond alleen maar op een vitaminepil rijdt. Die lijst slaat nergens op. Wij gaan nu eens openlijk discussiëren over wat wel en niet doping is.” Maar nee, ze lieten zich als een kudde makke schapen weer de weg op drijven. Echt niemand durfde. De renners niet, uit angst voor de ploegleiders; de ploegleiders niet, uit angst voor de sponsors.’

Het is nu bijna 24 jaar later. Renners, eis je sport terug. Maak van de valsspelers nu eens spelbrekers en zet alle talenten tot samenwerking die jullie altijd zo perfect laten zien in kopgroep en waaier nu eens in voor het grotere goed. Linkeballen is prima, maar graag alleen op de weg.

Tot slot, het boek. Hein Lodewijkx heeft een buitengewoon boeiende verhandeling geschreven. De theoretische delen en de wiskundige schema’s zijn soms even doorbijten, maar uiteindelijk zeer de moeite waard. Het is een boek vol met verhalen en anekdotes uit de rijke wielergeschiedenis, geschreven door iemand die het wielrennen duidelijk aan het hart gaat.

Dit stuk staat ook op Het is koers.

woensdag 18 januari 2012

De fietser in de windtunnel

ALS JE DAN WERKELIJK ZO BENIEUWD BENT, DAN WIL JE natuurlijk in de eerste plaats weten waar ik geboren ben, wat ik zo al in mijn jeugd uitgespookt heb, waar mijn ouders vandaan kwamen en wat ze uitvoerden voor ze met mij op- gescheept werden, en ga zo maar door; maar om je de waarheid te zeggen voel ik daar niks voor. Ten eerste omdat het me geen kuckelei interesseert, en ten tweede omdat mijn ouwelui een rolberoerte zouden krijgen als ik iets persoonlijks over ze vertelde. Op dat punt zijn ze verdraaid kleinzerig, vooral mijn vader. Ze zijn reuze geschikt en zo, daar niet van, maar o, zo gauw gepikeerd. Bovendien moet je niet denken dat ik van plan ben met mijn levensloop op de proppen te komen. Ik wou alleen maar wat vertellen over die waanzin die me tijdens De Tour overkomen is, dus voordat ik van slag af raakte en hier naar toe moest om weer een tijdje in de windtunnel te doen. Meer heb ik F. ook niet verteld, en die is nog wel mijn bloedeigen broer. Hij zit nu in Pamplona. Dat is niet zo ver hier vandaan, en hij komt me tussen iedere preparatie opzoeken.

Als ik naar huis toe mag, volgende maand misschien, dan komt-ie me halen. Hij heeft pas een Nissan gekocht – je weet wel, die kleine Japanse dingetjes, die een dikke tweehonderd kilometer per uur doen. Dat grapje heeft hem bijna vier mille gekost, maar hij zit tegenwoordig aardig in de slappe was. Vroeger niet. Vroeger, toen hij nog de minder getalenteerde was, fietste hij gewoon voor mij. Ken je Het Geheim van de Tijdrit, die bundel korte verhalen? Die is van hem. Het beste is Het Geheim van de Tijdrit zelf. Het gaat over een klein knulletje waar geen mens meer in gelooft omdat hij altijd tweede wordt. Het sneed door m’n ziel. Nu fietst-ie in Frankrijk om de Gele Trui, F. Als er één ding is waar ik de pee aan gezien heb, dan is het de Gele Trui wel. Praat me d’r niet van.

Maar ik wou mijn verhaal eigenlijk beginnen met die dag waarop ik naar Bruyneel ging. Bruyneel leidt die kostschool in Texas. Je zult er wel eens van gehoord hebben, of anders heb je de advertenties toch wel gezien. Ze adverteren in zowat alle tijdschriften, en altijd met een plaatje van een vlotte jongen die op de fiets een tijdrit rijdt. Alsof je bij Bruyneel de hele dag niets anders doet dan goed tijdrijden. Ik heb er zelfs nog nooit een dicht achterwiel gezien. En onder dat plaatje zetten ze dan altijd: “Sedert 1999 het opleidingscentrum waar jongens gevormd worden tot uitmuntende, hardrijdende wielrenners”. Waar halen ze het vandaan. Ze hebben in Texas geen greintje meer benul van vormen dan bij welke andere ploeg ook. En over die hardrijders zul je al evenmin je nek breken. Ik heb er alles bij elkaar misschien twee gekend. Hooguit. En die waren het waarschijnlijk al voor ze naar Bruyneel gingen.

Hoe het ook zij, het speelde zich af op die zaterdag toen ik tegen Contador reed. Van die ontmoetingen tegen Contador maakten ze altijd veel ophef in Texas. Het was de belangrijkste wedstrijd van ‘t jaar, en je werd geacht zo ongeveer harakiri te zullen plegen als Bruyneel niet won. Ik herinner me dat ik die middag om een uur of drie boven op het startpodium stond, vlak naast die stomme afteller die nog uit de Franse revolutie stamt. Ik kon vanaf die plek het hele parcours overzien en Cadel en Contador elkaar te lijf zien gaan. De jongens op de tribune kon je niet zo duidelijk onderscheiden, maar je kon ze horen brullen – massaal en opzwepend aan de kant waar Radioshack stond, omdat praktisch de hele Armstrong-clan er was, en magertjes en zielig aan de kant van Saxo Bank, omdat die gasten nooit wisten of de uitslag achteraf geldig zou zijn.

De reden dat ik boven op het startpodium stond in plaats van F. is dat omdat ze toen nog in mij geloofden. Ik was nota bene de kopman van het team. Moet je niet min over denken. We waren naar die Tour gekomen om hem te winnen. Alleen kon ik het gewoon niet. Weer niet. Ik had weer tijd verloren in de afdaling en nu kwam alles zoals altijd aan op die verdomde tijdrit. En het was allemaal mijn schuld. Ik kan het gewoon niet, nooit. Zodoende kwam ik drie kwartier later bij de streep, in plaats van driekwart minuut. De hele tijdrit lang heb ik er voor spek en bonen bij gezeten. Alles bij elkaar een nogal pijnlijke situatie.
(…)

Dat is alles wat ik er over ga vertellen. Ik had waarschijnlijk nog wel kunnen vertellen wat ik het komende jaar zou moeten doen, en naar welk team ik ga, maar ik heb er geen zin in. Echt niet. Het kan me niet meer schelen. Als je het écht wil weten… ik weet niet wat ik ervan moet denken. F. is nu de kopman. Het zal wel. Zijn windtunnel is vast beter geprepareerd dan de mijne.

Dit stuk staat ook op Het is Koers.

dinsdag 11 oktober 2011

Op papier: Millar en Cancellara

David Millar zei ooit over wielrenners: “They give off the image of exceptional men but in fact they are very, very ordinary. Simple people without much education, who aren’t fun to eat with, who don’t get into intellectual discussions. All they have in life is cycling. Without that, it’s finished.”

Zo’n citaat nodigt niet uit tot het lezen van boeken over wielrenners. Sporters hebben over het algemeen weinig interessants te vertellen, in interviews struikel je over gemeenplaatsen als ‘je eigen race rijden’, ‘ik heb alles gegeven’ en ‘meer zat er niet in vandaag’. Maar Millar laat met bovenstaand citaat al zien dat hij wellicht een uitzondering op de regel is. In Racing through the dark blijkt hij een prima verhalenverteller, uitstekend in staat tot zelfreflectie en een scherp observator van onze zo geliefde, maar vaak duistere wielerwereld. Het verhaal van een buitengewoon getalenteerd wielrenner die er al gauw achterkomt dat hij zonder doping uitzonderlijk goed is, maar toch vaak net niet goed genoeg, zou waarschijnlijk door honderd anderen verteld kunnen worden. Millar was niet de eerste en zal zeker niet de laatste renner zijn die zich voorneemt ‘schoon’ de top te bereiken maar uiteindelijk toch onder de druk bezwijkt.

Wat zijn verhaal zo boeiend maakt is simpelweg zijn vermogen het te vertellen. David Millar is intelligent en welbespraakt. Zijn wereld is groter dan het peloton, zijn blik reikt duidelijk verder dan de weg waarop hij fietst. Die weg leidt hem van jeugdkoersen in Engeland naar een pubertijd in Hongkong, waar hij bij zijn vader gaat wonen als die het gezin verlaat. De zomers die hij thuis bij zijn moeder doorbrengt staan geheel in het teken van wielrennen. De jonge David blijkt een groot talent en besluit zijn plannen om aan de kunstacademie te gaan studeren vaarwel te zeggen en in Frankrijk te gaan koersen. In 1997 wordt hij prof en komt terecht in een peloton dat ‘preparatie’ en ‘herstel’ voornamelijk met de naald regelt. Na een aantal jaren van tegenstribbelen gaat ook hij uiteindelijk overstag. Zijn epocalyps eindigt in 2004 een politiecel in Biarritz.

Millars verslag van zijn opkomst, ondergang en daaropvolgende rentréé als voorvechter van het ‘schone’ wielrennen leest als een klassieke Bildungsroman, met een hoofdpersoon die je afwisselend in de armen wil sluiten en een ontzettende schop onder z’n kont wil geven. Maar sympathiek of niet, geloofwaardig of niet (hij blijft een wielrenner tenslotte…), David Millar boeit. Ik kan me voorstellen dat zelfs niet-koerskijkers zijn verhaal interessant zullen vinden.

Het in Vlaanderen vertaalde en uitgegeven Cancellara, eerder in Zwitserland uitgegeven als Cancellara’s Welt, is van een andere orde. Geen autobiografie (degenen onder ons die ‘Faab’ van Twitter kennen zullen dat ongetwijfeld begrijpen), maar het werk van twee Zwitserse journalisten die niet alleen zijn carrière tot nu toe beschrijven, maar de man zelf ook meermaals interviewden, een gesprek hadden met zijn vrouw, oud-ploeggenoten, oud-ploegleiders en een aantal bekende Zwitsers (waaronder een filosoof en een cabaretier van Italiaanse afkomst). Het boek doet zijn best ook kritisch te zijn, en slaagt daar af en toe ook prima in. Vragen over doping en het beruchte motortje tijdens Parijs-Roubaix worden niet geschuwd, maar Cancellara’s Welt is de wereld van het wielrennen, meer niet.

Het beeld dat wordt geschetst is dat van een buitengewoon aimabel mens, een familieman, een lieve goeierd. Maar ook dat van een groot kind dat thuis het liefst soaps kijkt, door zijn (oudere en duidelijk wijzere) vrouw op cursus wordt gestuurd omdat hij zo slecht schrijft en vooral dat van een verschrikkelijke kletskous. Spartacus werd door zijn toenmalige ploeggenoot bij Mapei, Garzelli, zelfs tijdenlang volkomen genegeerd omdat die het onophoudelijke gebabbel (en het zingen..!) tijdens lange trainingsritten niet meer kon verdragen.

In tegenstelling tot David Millars boek is dat over De beer van Bern er echt één voor de fans. Maar het is absoluut onderhoudend en bij vlagen ontroerend. Het beeld van de Familie Cancellara die tijdens het eten altijd een laptop aan heeft staan zodat ze tijdens hun ‘tafelgesprekken’ dingen kunnen opzoeken die ze niet begrijpen is aandoenlijk. “Fancellara’s” kunnen het boek zonder zorgen aanschaffen, zelfs ondanks het nogal magere aantal foto’s… Niet-fans verwijs ik graag terug naar het citaat van Millar bovenaan.
Dit stuk staat ook op Het is koers!

dinsdag 20 september 2011

De tijd en zijn rit.

Tijdrijden. Het is een ondergeschoven kindje. Saai vinden we het. Zo’n man op zo’n fiets. Beetje hard vooruit rijden. Op een vlak parcours ook nog. Want een klimtijdrit is geen tijdrit. Dat is in je eentje klimmen. Bovendien zijn klimtijdritten zeldzaam. Uiteraard kijken we a.s. woensdag wel, want het is tenslotte een WK en koers is koers, maar het is voor velen toch een beetje zoenen voor het de kerk in gaan. Halverwege een pepermuntje en maar wachten op de hoogmis, de wegrit. Want dat is de ware. Zeggen ze.

Vreemd eigenlijk, voor een volk dat zo van schaatsen houdt. Als iets leeft bij de kunst van het tegen de klok rijden zijn het wel die rondjes 31.8 over een winderige ijsbaan of in een tochtige hal. En dat vindt half Nederland prachtig. Kom niet aan ons schaatsen. Tien jaar geleden woonde ik in Engeland, alwaar schaatsen net zo exotisch is als cricket hier. En schaatsen kijken met Engelse commentatoren is een bloedeloze toestand: “Ah, he’s is still ahead”, “Lap 13 now, the man in front seems to be extending his lead” en “Jolly good, he won, isn’t that fabulous?” En ik maar tegen de televisie roepen dat ze niet tegen elkaar reden. Op die manier raakt zelfs de meeste toegewijde schaatsfan ontmoedigd.

Zet echter rondetijden en iemand met verstand van zaken bij schaatsen en de eindeloos lijkende rondjes veranderen in een verhaal van één man in een slopend gevecht met vierhonderd meter ijs. De geringste verandering in de houding van de schaatser verraadt aan ons, de ingewijden, dat er een tiende verval aan komt deze ronde. Prachtig vinden we het. We schrijven de seconden mee en schreeuwen bij de kleinste misslag. Maar wanneer de schaatsbonden besluiten te ‘moderniseren’ en afvalraces gaan organiseren, vindt niemand er iets aan en neemt bond én publiek het amper serieus. Man tegen man, ploeg tegen ploeg! Wielrennen dus. Het lijkt de omgekeerde wereld.

‘Sporten tegen de klok’ staat of valt bij de expertise en goede wil van de regisseur, een goed functionerende tijdwaarneming en kundige verslaggevers. Is die heilige drie-eenheid aanwezig, dan is er weinig mooier dan de heroïsche strijd van de man contre-la-montre. De vernedering ingehaald te worden door iemand die anderhalve minuut na jou startte. Het aansnijden van die allerlaatste bocht, zo scherp dat het onmogelijk lijkt. Seconden tikken weg. Een roerloos bovenlichaam dat volkomen in lijn met het wegdek boven de fiets hangt. Alleen de benen bewegen. Legato. Omwenteling na omwenteling. Voeg daar aan toe het zachte zoef… zoef… zoef… van het dichte achterwiel, als de commentator op het juiste moment even z’n mond houdt, et voilá: wielrennen. Zonder fratsen. Fietsen in z’n puurste vorm. Zó sterk is die eenzame fietser dus. En wij mogen daar getuige van zijn. Is het al 21 september?

Dit stuk staat ook op Het is Koers!

dinsdag 6 september 2011

Ja, ik heb trek in de Shack!

Op de avond van de tweede rustdag in de Vuelta kwam dan eindelijk de bevestiging van het al lang rondzoemende gerucht: Leopard Trek en Radioshack gaan fuseren. Omdat Leopard een nogal bizar persbericht de wereld instuurde, waarin met geen woord over Johan Bruyneel werd gerept, was er nog even twijfel (en bij sommigen ongetwijfeld hoop) over de rol van ‘JB’ in de nieuwe ploeg, maar de ochtend erop maakte Livestrong een einde aan alle verwarring: De Schleckjes gaan voor Bruyneel rijden. Voor Radioshack-Nissan-Trek. En ook voor Livestrong. Eigenlijk voor Armstrong dus. Die van die gele bandjes. De man die voor velen hun Tour verpestte. Die man waar we maar niet van afraken, lijken een hoop mensen te denken.

Wat rondstruinend op wielerforums en op Twitter zag ik de woede en afschuw met de minuut groeien: “Ik had al een hekel aan die Luxemburgers met hun malle sjaaltjes, maar nu ze hun ziel hebben verkocht aan de satan hoef ik ze echt nooit meer te zien”. En “Wel makkelijk, nu hoef ik geen hekel aan twee teams meer te hebben, ik kan al mijn gal kwijt bij Schleck en Bruyneel.”

De haat zit diep. Fränk, Andy en Fabian zijn de grote boze verraders die eerst die arme, onschuldige Bjarne Riis in de steek lieten en nu voor de tweede keer een team opblazen. En hoe. Ze gaan met Bruyneel in zee! B r u y n e e l !! Hoe halen ze het in hun hoofd? Weten ze dan niet dat als je Bruyneel achterstevoren schrijft er eigenlijk Duivel staat gespeld? En dat Lance Armstrong hoogstpersoonlijk vóór elke rit over die Livestrongbandjes heenplast, omdat je daar harder van gaat fietsen? Ze zijn geel nota bene, hallo! En die arme Contador, hoe moet die nu nog ooit de Tour winnen? Het is een schande, die hele fusie. UCI, doe er iets aan!

Heerlijk. Ik meen het, wat een feest. Ik kan niet wachten op 2012. De beste ploegleider gaat de beste ploeg leiden. Andy Schleck gaat leren dalen en misschien zelfs wel beter tijdrijden. Ik weet zeker dat broer Fränk The Look al aan het oefenen is in de spiegel. Fabian Cancellara gaat Tony Martin weer ouderwets zijn iconische kont tonen en in de Alpen wordt het smullen van US Postalesque bergtreintjes. Keiharde dominantie, geslepen koersinzicht en vernederende overmacht. Kom maar op!

Komende zomer staan er in Parijs weer twee Luxemburgers op het podium. Alleen nu niet meer op dezelfde hoogte. Eén zal er op het bovenste treetje staan. En erachter zal een grijnzende Johan Bruyneel te zien zijn. Eindelijk tien Touroverwinningen. Laat de haters maar haten, de winnaar heeft altijd gelijk.

Dit stuk staat ook op Het is Koers!

vrijdag 19 augustus 2011

Mal sehen.

Opeens vraag ik het me af: Hoe zou het toch met Stefan Schumacher zijn? Ik keek onlangs een Avondetappe uit 2008 terug, en tussen al het geweld over de arrestatie van Riccardo Riccò door zag ik hem opeens voorbijflitsen. Nou ja, flitsen. Hij reed hard ja, maar erg stijlvol was het allemaal niet. En toch die twee tijdritten winnen. Destijds keek ik er niet van op. Er is er altijd wel één die je verrast en opeens in het geel rijdt. Onaantrekkelijke, saaie renner, het zal wel.

Totdat Riccò door de Franse politie op 17 juli 2008 uit die Saunier Duval bus werd getrokken. CERA. Voor mij was het een nieuw woord. Derde generatie EPO. Ergens had ik bijna medelijden met al die renners die oprecht gedacht zullen hebben dat hun nieuwe wondermiddel nog niet te traceren was. Daar sta je dan, aan de start, wetend dat jij hetzelfde hebt geslikt als De Cobra. Bijzonder eigenlijk, dat je dan nog doorfietst. Een sleutelbeen breken is gauw geregeld lijkt me. Desnoods een geschaafde kont. Afstappen, verder trainen en iets nieuws verzinnen. Meedoen aan de Olympische Spelen is toch wel het laatste wat je dan doet.

Maar misschien niet als je Stefan Schumacher bent. ’s Mans loopbaan was een aaneenschakeling van vage dopingverhalen. Een recept van zijn moeder voor hooikoorts, rare bloedwaarden vanwege diarree, amfetamine tijdens een alcoholcontrole. Blijkbaar geloofde hij zelf in het bord voor z’n kop. En hij kwam er een tijd lang mee weg tenslotte. Mensen gaan zich door minder onaantastbaar voelen.

Al googelend kom ik de website van Schumacher tegen. Eerst moet ik er een beetje om lachen. Dat rare hoofd met dat nog steeds erg foute ringbaardje. Maar gaandeweg raak ik ontroerd. Stefan is 30, een leeftijd waarop de meeste renners op of net onder hun top zitten. Hij zegt het zelf ook: “Ich komme jetzt in das beste Rennfahreralter und ich habe das Gefühl, dass ich noch einiges erreichen kann”. Ik zoek op wat hij gedaan heeft dit jaar, het jaar van zijn comeback. Top 10 in drie etappes van de ronde van Calabrië. Eerste in twee etappes van de Ronde van Asturië. Hij won de proloog in de Ronde van Azerbeidzjan. Je moet ergens beginnen, ik weet het. En dat Schumacher kan fietsen staat buiten kijf, van doping alleen wordt niemand een topsporter. Maar toch, zou hij het zelf geloven?

Z’n laatste blogpost is van Januari 2011. Hij schrijft: “Bis auf eine kleine Erkältung über Weihnachten und Silvester ist die Vorbereitung also richtig gut verlaufen. Jetzt freue ich mich auf die ersten Wettkampfkilometer. Ich fühle mich fit und bin guter Dinge, dass ich eine ordentliche Saison fahren kann. Mal sehen, wie die ersten Rennen laufen”. Mal sehen ja, hoe het loopt. Zal iemand hem ooit weer in een topploeg willen? Wie gaat dat risico nemen? Ik hoop dat het wat wordt voor Stefan. Ik hoop ook dat hij het niet verzint, als hij schrijft: “Eure Zuschriften und Autogrammwünsche in den letzten Monaten haben mich sehr gefreut”. Echt, sturen mensen hem nog verzoeken om een handtekening? Dat zou mooi zijn.

Hup Stefan, fietsen. Maar geen recepten meer aan je moeder vragen, oké?


(Dit stuk staat ook op Het is koers! )

maandag 25 juli 2011

Zwarte Maandag.

Oh je voudrais tant que tu te souviennes
Des jours heureux où nous étions amis
En ce temps là, la vie était plus belle
Et le soleil plus brûlant qu'aujourd'hui

Nou ja, dat laatste is wellicht niet helemaal waar, maar ach, wat bezingt Yves Montand mijn Zwarte Maandag gevoel toch prachtig. Vaarwel Tour de France, tot volgend jaar. Ik eh... ik ga eind augustus vreemd met de Vuelta, vergeef me alvast, het is slechts bij gebrek aan jou. De Vuelta is zo'n hitsig Spaans ding, je kent ze wel. Wild op en neer, bling-bling bergen, van die overdreven diepe valleien. Maar wat moet ik anders? Jij hebt het uitgemaakt hoor, ik had nog best een paar weken verder gewild. Jij en ik, gewoon nog een rondje door Frankrijk. Misschien zelfs zonder regen dit keer. Gewoon samen nog een keer de Galibier op. Dat vond jij toch ook leuk, geef nou maar toe. Zelfs de Alpe kunnen we in alle rust op, die dronken Nederlanders staan toch al weer langs het voetbalveld. Ik kijk alvast wanneer het eb is op de Passage du Gois. En ik hou je vast als het pad nog glibberig is, echt waar. Overnachten we ook nog een keer in dat veel te dure hotel in Lourdes. Jawel, dat vond je heerlijk, niet liegen. En ik beloof je, dit keer vallen ze niet zo vaak. Of in ieder geval zachter, zonder erg. Ah toe, toe nou Tour, ik mis je. Nog één rondje? Alsjeblieft?

Pastour de Poncke Tourflits: De Supliek!

De definitieve uitslag is binnen! Gelukkig is de top drie hetzelfde gebleven, kijkt u verder even of u nog gezakt of gedaald bent.
Klik voor groot.
























Update: De eerste uitslag blijkt nog niet de correcte, er moeten nog punten voor het algemeen klassement worden toegekend... we moeten dus nog even braaf wachten op de webmeester van Effesport. Helaas.

Na drie weken van vlakke etappes, tijdritten, rustdagen (bah) en bergetappes kan er maar één de Supliek winnen. Hiep hiep hoera en eeuwige roem voor Kathelijn! Uiteraard ook felicitaties voor René Siebe en Martin Specken met hun keurige tweede en derde plaats. Ik hoop dat jullie allemaal genoten hebben van zowel de Tour als de Supliek. A la prochaine!



zondag 24 juli 2011

Pastour de Poncke Tourflits.

Uw dagelijkse dosis Pastour de Poncke! Hoe staat het er voor in de Effesport #Supliek ? Wie rijdt er virtueel in het geel, wie staat er geparkeerd, wie hangt er aan het elastiek en wie draagt de rode lantaarn? Ditjes, datjes en praatjes uit de Tour van 2011.


Dus toch. Je kunt blijkbaar oefenen op een tijdrit tot je een ons weegt, als je het niet kunt gaat het gewoon nooit echt wat worden. Windtunnels of geen windtunnels, Andy Schleck kan het gewoon niet. En dus wint Cadel Evans de Tour. Want die kan het wel, èn verloor niet te veel tijd in de bergen. Uiteraard wel bijzonder dat we vanmiddag twee broers op het podium hebben. En ja, we fietsen vanmiddag nog naar en in Parijs, maar u weet inmiddels dat er bij die rit alleen champagne wordt gedronken en dat straks Mark Cavendisch wint op de Champs-Élysées. Ik ben benieuwd of hij dat weer met net zoveel overmacht doet als vorig jaar.

In de Supliek heeft niemand Cadel Evans als kopman gekozen, dus wordt het na vanmiddag, als de punten voor het algemeen klasssement worden uitgedeeld, nog razend spannend. Al vaak zagen we iemand dagenlang in de top 3 staan om er dan alsnog op de laatste zondag uit te kukelen. En zoveel verschil zit er niet in bovenste regionen. Ik wens de uiteindelijke winnaar van onze inmiddels legendarische Supliek alvast eeuwige roem, veel glimmen van trots en een lekker glas plop toe vanmiddag. Uiteraard volgt er vanavond na de Tour nog een Tourflits. Dat grote zwarte gat wil ik morgen pas onder ogen zien..

Vanmiddag vanaf 14:25 babbelt Mart Smeets de saaie momenten van de etappe vol met terugblikken en reportages, vanaf dezelfde tijd doet uiteraard ook Sporza verslag. Vanavond is er geen Avondetappe meer, maar u kunt om 21:20 nog wel een laatste keer naar het Vlaamse Vive le Vélo kijken. Ik wens u een aangename laatste Tourdag!

donderdag 21 juli 2011

Pastour de Poncke Tourflits

Uw dagelijkse dosis Pastour de Poncke! Hoe staat het er voor in de Effesport #Supliek ? Wie rijdt er virtueel in het geel, wie staat er geparkeerd, wie hangt er aan het elastiek en wie draagt de rode lantaarn? Ditjes, datjes en praatjes uit de Tour van 2011.



We hebben hem overleefd, de achtbaanafdaling van de Pra Martino. Voor Hivert en Voeckler eindigde hij bijna in iemands achtertuin en ook Rob Ruigh maakte er een rommeltje van, maar bij de finish won er, net als gisteren, een Noor. Met twee Noren starten en al vier overwinningen boeken is trouwens een bijzonder aardig gemiddelde volgens mij. Nederland had ook even hoop op een eerste zege, maar Mollema was gewoon niet sterk genoeg om Boasson Hagen nog bij te halen. Opvallend was natuurlijk ook de afdaling van vriendjes Sanchez en Contador, die zich als een Siamese tweeling met een doodswens van de berg afstortten gisteren. Uiteindelijk schoten beiden er weinig mee op, want aan de streep doken de Schleckjes, Evans en Cunego gewoon weer op. Alleen Voeckler en Basso verloren wat seconden.

In de Supliek veroverde Martine haar eerste dagoverwinning, met èn Hagen èn Mollema was ze de enige die boven de 200 punten scoorde. Good busy! Marco Zaalberg kieperde gisteren van het podium af, Kathelijn handhaaft zich bovenaan en met René Siebe en Foppe & Boppe hebben we twee maal Veronica Magazine op het podium. Let u vandaag aan het begin van de etappe trouwens even op of u suplieker Gerdjan Kipping spot, hij staat 15 kilometer onder de top van de Agnel kou te kleumen, de bikkel!

Die Col Agnel is de eerste buitencategorie die vandaag beklommen wordt. Daarna volgen nog de Izoard en de legendarische Galibier. Het weer schijnt er, in tegenstelling tot de afgelopen dagen, mee te vallen, maar koud zal het er zeker zijn! Dè vraag is natuurlijk of de klassementsmannen zoals zo vaak gaan wachten tot de laatste beklimming of dat er toch iemand (Contador?) al op één van de eerdere cols een coup gaat plegen. Zorgt u in ieder geval dat u de boodschappen op tijd in huis hebt vanochtend en ga er om half twee maar eens goed voor zitten!

woensdag 20 juli 2011

Pastour de Poncke Tourflits

Uw dagelijkse dosis Pastour de Poncke! Hoe staat het er voor in de Effesport #Supliek ? Wie rijdt er virtueel in het geel, wie staat er geparkeerd, wie hangt er aan het elastiek en wie draagt de rode lantaarn? Ditjes, datjes en praatjes uit de Tour van 2011.

Goedendag. Een overgangsetappe zou het zijn gisteren, met 'slechts' een col van de tweede categorie. Er zou een groepje wegblijven en de klassementsrenners zouden elkaar geen pijn doen zo vlak voor de 'echte' bergen. Dat eerste gebeurde ook, alhoewel het wel opvallend lang duurde voor die groep eindelijk weg was. Het resultaat van al die inspanningen was dat Thor Hushovd z'n tweede mooie zege van deze Tour haalde. En die 'grote meneren'? Die reden inderdaad, door weer en wind, vrij rustig die col op, totdat Alberto Contador besloot dat 'ie er genoeg van had. Bergop pakte hij al een paar seconden op de Schleckjes, maar bergaf konden alleen Samuel Sanchez en Cadel Evans hem volgen. allemaal gooiden ze zich met ware doodsverachting in die zeiknatte, gevaarlijke afdaling. Tenminste, dat denk ik, want ik heb de tv uitgezet en verder op de radio geluisterd. Natte afdalingen zijn de satan.

Uiteindelijk pakte Evans zelfs nog een paar seconden op Contador en lijkt Keedol er toch wel erg goed voor te staan, zo vlak voor Parijs. En dan die Schleckjes hè... Vlak na de race beklaagde Andy zich over de afdaling. Hij vond hem veel te gevaarlijk: "Is het nu echt hun bedoeling dat de Tour bergaf wordt beslist? Iedereen heeft familie thuis". Schleck werd meteen als een slecht tegen zijn verlies kunnend watje afgeserveerd, en inderdaad hoort dalen gewoon bij het vak. Maar we hebben het hier wel over iemand die amper twee maanden geleden een ploeggenoot verloor in een afdaling, dus helemaal onbegrijpelijk is het ook niet. Enfin, we zullen vandaag, morgen en overmorgen zien of de Leopard Trekjes nog slimme plannetjes hebben. Overigens is de finish van vandaag weer bergaf en lijkt die afdaling sterk op die van gisteren. Hopen op droog weer dan maar.

Dan de Supliek. Glorieus dagwinnaar is Harold met 221 punten, op de voet gevolgd door de heren(!) Foppe & Boppe met 208. Kathelijn doet ook weer prima zaken en blijft gewoon bovenaan staan, René is inmiddels naar de tweede plaats opgeklommen. Wat opvalt is dat er nog veel mensen kans lijken te maken op de eindoverwinning, spannend!

Ik wens u een aangename Alpenmiddag, met een veilige afdaling. Tot later!

dinsdag 19 juli 2011

Dichten over Fabian (15).

November

Het regent en het is november 

Weer keert het zwarte gat en belaagt

Mijn fietshart, dat droef, maar steeds gewender,

Zijn mateloze Faabweh draagt.



Op de televisie schaatst het
Ik zoek vergeefs naar een Zwitserse dij.

Maar zie slechts witte polderpoten
in malle pakken op het ijs.



De winters gaan zoals zij gingen,

Ik struin YouTube af en zucht.

Vlaanderen! Roubaix! Ach, herinneringen.

Een oude E3-prijs geeft wat lucht.



Treurig zijn die koude maanden.

Ik fondu kaas en ik raclet.

Altijd november, altijd regen.

Altijd Faabweh, altijd pet.


(naar)

maandag 18 juli 2011

Het grote doping tourspel.

Het nieuwe wielrennen! Nivellering! Naaldenverbod! Een schone Tour! Wij geloven dat natuurlijk allemaal en twijfelen er geen moment aan dat onze helden op water en brood de bergen over rijden. Nou ja, Kolobnev ging de fout in. Maar verder niemand. Heus.

Al die positieve (hihi) ontwikkelingen hoeven ons er echter niet van te weerhouden een van onze favoriete Tourspelletjes te spelen: Raadt de valsspelende renner! Altijd een fijn tijdverdrijf zo vlak voor en op de tweede rustdag. U mag vijf namen insturen van renners die aan deze Tour meedoen of hebben meegedaan. Dat mogen ook meerdere renners van één ploeg zijn, die keuze is aan u. De uiteindelijke winnaar (maar dat kan nog wel even duren, we weten tenslotte nu nog steeds niet wie de Tour van vorig jaar gewonnen heeft..) verdient eeuwige dopingroem. Kom maar op met die tricheurs!


PS: Graag de antwoorden alleen hier achterlaten, op twitter namen tegen mij roepen vind ik gezellig maar dat heeft geen zin.

zondag 17 juli 2011

Pastour de Poncke Tourflits

Uw dagelijkse dosis Pastour de Poncke! Hoe staat het er voor in de Effesport #Supliek ? Wie rijdt er virtueel in het geel, wie staat er geparkeerd, wie hangt er aan het elastiek en wie draagt de rode lantaarn? Ditjes, datjes en praatjes uit de Tour van 2011.


Echt, Andy Schleck? Al die moeite, al dat gesleur van O'Grady, Cancellara en Voigt, en dan rij je 100 meter voor de finish weg om 2 seconden te pakken? Kòn er niemand beter gisteren of was iedereen te bang? Want behalve die uitgekiende demarrage van Jelle Vanendert en het uitstekende fietsen van Voeckler (Het moet gezegd, respect voor die rare kleine Fransman!) was er gisteren niemand die op plateau de Beille iets heldhaftigs deed. Wat heeft die hele Leopard Trek-heisa nou opgeleverd? Ook Basso snapte het na afloop niet. Enfin, het lijkt er op dat we pas in de Alpen gaan zien wie er nu echt de sterkste is. Spannend blijft het zo wel in ieder geval. Voor andere ideeën over wat er aan de hand was leest u op twitter de tijdlijn van De Morgen-journalist Walter Pauli van gisteren even terug. Hij keek (net als velen?) met opgetrokken wenkbrauw naar de kracht van de 'zwakken' en de onmacht van de 'sterken'.

In de Supliek neemt Kathelijn de macht weer over, mede dankzij de tweede plaats van Sammy Sanchez. Ook Marjolein en Willem scoorden uitstekend. Het is wel mooi te zien dat de top15 nog ongeveer binnen 500 punten staat, dus het kan nog alle kanten op. De etappe van vandaag lijkt er weer eentje voor mensen met sprinters in hun team.

Vanmiddag dus een echte overgangsetappe, de haast om naar de Alpen te gaan is groot. Eén heel klein colletje van de vierde categorie, maar voor de rest gewoon een vlakke streep richting Montpellier. Wel gaat een groot deel van de rit langs de kust, dus wie weet krijgen we nog een paar smakelijke waaiers te zien! De uitzending begint om 14:10, veel plezier vanmiddag!

vrijdag 15 juli 2011

Pastour de Poncke Thorflits

Uw dagelijkse dosis Pastour de Poncke! Hoe staat het er voor in de Effesport #Supliek ? Wie rijdt er virtueel in het geel, wie staat er geparkeerd, wie hangt er aan het elastiek en wie draagt de rode lantaarn? Ditjes, datjes en praatjes uit de Tour van 2011.


Lourdes was vandaag even Dorestad. De Viking kwam, zag en overwon. Tuurlijk, hij had onderweg nog wat last van twee Fransen die dachten dat het vandaag quatorze juillet was, maar uiteindelijk versloeg hij hij alles en iedereen en zagen we een sprinter (!) de Aubisque bedwingen en na een grootse afdaling zegevieren. Wielrennen wordt nooit saai, dat is wel duidelijk.

Vandaag sudderde de discussie over de klotendag van Robert Gesink nog even door. Ik volsta met te wijzen op de uitstekende verhalen daarover hier, hier en hier en laat het daarbij. Discussie gesloten. In onze Supliek is de spanning om te snijden vandaag, want Kathelijn en Marco delen de eerste plaats. Dat is naar mijn weten een unicum in onze inmiddels vijfjarige geschiedenis. Dagwinnaar was Foppe&Boppe, hou die man in de gaten..

Goed, morgen. Morgen belooft een epische Tourdag te worden. Maar liefst zes cols en een bergop finish op Plateau de Beille. Normaal gesproken wint op het Plateau de man die ook de Tour gaat winnen, maar of dat dit jaar het geval is? We vertrekken al om twaalf uur en gelukkig wordt de etappe helemaal vanaf het begin uitgezonden, dus morgenochtend niet te lang uitslapen en vóór de middag uw boodschappen in huis halen. Sla voor de zekerheid wat extra *plop* en nootjes in, het wordt smullen morgen.

Om 22:10 begint de nababbel èn de voorpret met Vive le Vélo, om 23:00 kunt u bij De Mart terecht. Ik wens u een prettige avond en voor straks een goede nachtrust. De Tour winnen doet men immers in bed. A demain!

Pastour de Poncke Tourflits

Uw dagelijkse dosis Pastour de Poncke! Hoe staat het er voor in de Effesport #Supliek ? Wie rijdt er virtueel in het geel, wie staat er geparkeerd, wie hangt er aan het elastiek en wie draagt de rode lantaarn? Ditjes, datjes en praatjes uit de Tour van 2011.



Jaaaa, bergen! Eindelijk dan toch. En het mooie was dat het hier de hele dag zeek van de regen, dus een prima dag om zonder excuus binnen tv te kijken. Laat die regen nog maar even duren. Hèt verhaal van de dag is natuurlijk de ineenstorting van Gesink. Die valpartij is hij toch niet te boven gekomen. Treurig. Misschien kan hij nog ergens een Alpenetappe winnen, maar ik zou hem ook geen ongelijk geven als hij afstapt en straks lekker de Vuelta gaat rijden. Ook Johnny Hoogerland zakte door het ijs vandaag, maar goed, daar zal niemand boos om zijn. Op wilskracht alleen, hoe bewonderenswaardig ook, rijd je geen Tour uit.

Verder zat het drama hem natuurlijk in opnieuw een val van Klöden, crazy-afdalen van Geraint Thomas, Leopard Trek dat met Jens Voigt het hele peloton kapotsleurde. Overigens sleurden ze daarmee ook Fuglsang en Cancellara van de eigen ploeg kapot, maar goed, dat hoort erbij. Uiteindelijk won Sammy Sanchez de etappe en zagen de Belgen nèt twee maal hun hoop vervliegen met Gilbert en Vanendert. De koers in de koers bestond natuurlijk uit het loeren van de grote mannen, waarbij uiteindelijk Contador toch weer een paar seconden verloor op de rest. Het zal met zijn knie misschien goed gaan, maar kan hij de Tour winnen?

In de Supliek laten Kathelijn en Marjolein zien wat de juiste renner in de juiste trui voor resultaat geeft. Gedeeld dagwinnaar en in Kathelijns geval zelfs de eerste plaats. Keurig dames! Hup de meisjes!

Vanmiddag rijden de heren fietsers de Aubisque op, waarna ze na een flinke afdaling (meh) in Lourdes zullen finishen. Laten we hopen dat niemand die Roomse Kermis na afloop ook daadwerkelijk nodig heeft. Om 14:10 begint de etappe, ik wens u veel kijkplezier!

woensdag 13 juli 2011

Pastour de Poncke Tourflits

Uw dagelijkse dosis Pastour de Poncke! Hoe staat het er voor in de Effesport #Supliek ? Wie rijdt er virtueel in het geel, wie staat er geparkeerd, wie hangt er aan het elastiek en wie draagt de rode lantaarn? Ditjes, datjes en praatjes uit de Tour van 2011.


Zo. Laten we vandaag maar gauw vergeten. Tuurlijk, de ontsnapping van Boom c.s. was prachtig, de regen zorgde voor uitstekende shots van glimmende wielerdijen, niemand viel en Mark Cavendish liet zien dat Greipel nog geen Cav is, maar zitten we stiekem niet allemaal op morgen te wachten? Quatorze juillet! (U mag morgen trouwens iedereen die juillet als juliejet uitspreekt een schop geven, daar staan die dag geen boetes op).

Bij gebrek aan een Bastille in de Pyreneeën bestormen de mannen morgen de Tourmalet en Luz-Ardiden. O ja, daarvoor ook nog een eerste categorie. Kleinigheidje. Mijn analyse? JIPPIE, HUP, WIEHIE, HOERA, BERGEN!!11! En ammel. Van het etappeverlopp heb ik werkelijk nog geen idee. Dat maakt de dag van morgen ook zo spannend. Hoe houdt Gesink het? Is er echt iets met de knie van Contador? Krijgt Keedol niet toch weer een aanval van meerijderitis? Zijn de Schleckjes echt zo goed? De kans bestaat natuurlijk ook dat de klassementsmannen het morgen gewoon rustig aan doen. Zo'n eerste bergetappe is wel vaker een anticlimax. Laten we in ieder geval hopen dat het een beetje droog is, zulke enorme cols afdalen op natte wegen is voor niemand leuk, zeker niet voor de nerveuze kijker.

In de Supliek was het voor de Cavendish-teams vandaag een uit-ste-ken-de dag! Onzenen Kathelijn was bijna dagwinnaar en zit de, nog steeds volledig uit heren bestaande, top vijf inmiddels flink op de hielen. De echte grootverdiener was Foppe&Boppe, die alweer angstvallig hoog staat. Gaat 'ie dan toch weer winnen? Veel gaat afhangen van Bertje, als die tòch afstapt (de geruchten zijn er nog steeds) dan gaat het klassement op z'n kop natuurlijk.

Rest mij niets dan u een prettige avond met veel klimvoorpret te wensen. Om 21:35 begint Vive le Vélo, om 23:05 volgt De Mart. A demain!

PS: Morgen begint de uitzending al om 12:35!

dinsdag 12 juli 2011

Pastour de Poncke Tourflits

Uw dagelijkse dosis Pastour de Poncke! Hoe staat het er voor in de Effesport #Supliek ? Wie rijdt er virtueel in het geel, wie staat er geparkeerd, wie hangt er aan het elastiek en wie draagt de rode lantaarn? Ditjes, datjes en praatjes uit de Tour van 2011.


De etappe van vandaag was nog geen tien kilometer bezig en de televisieuitzending was nog niet eens begonnen of daar klonk het alarm al op radio Tour: Gesink is gevallen! Totale paniek op twitter, iedereen hysterisch op zoek naar een livestream. Het zou toch niet? Maar nee, het zou niet. Gesink had slechts wat materiaalpech achter de valpartij die weldegelijk plaatsvond, maar waar o.a. Cancellara en Leipheimer zonder erg vanaf kwamen. Opluchting. Gees fietste nog. Wie ook 'gewoon' doorfietste was Johnny 'HUP SJON!' Hoogerland, de man die door auto's en prikkeldraad gaat om die bollentrui te behouden. Laten we hopen dat 'ie het telefoontje van onze MinPres ook overleeft. Je weet maar nooit hoeveel schade zo'n 'liberaal' hart on de riem aanricht.

De rit zelf verliep verder vrij rustig. Brede wegen en, op de start na, mooi weer. Geen brokken vandaag. Een lange ontsnapping werd uiteindelijk ingelopen. Even probeerde Philippe Gilbert nog uit het peloton weg te springen en zelf voor de overwinning te gaan, maar uiteindelijk was het Greipel die ein-de-lijk zijn welverdiende zege op aartsvijand Cavendish boekte in een prachtig duel van man tegen man.

In de supliek wordt het duidelijk tijd voor bergen. Want ja, hij van Zaalberg staat nog steeds bovenaan en ja, de heren Kipping en Vuijk nog steeds kort in de achtervolging. Dagwinnaar was Meneer van Dale, die een indrukwekkende 193 punten scoorde. Dat biedt hoop voor de toekomst.

Morgen de voorlopig laatste min of meer vlakke etappe, met alleen een colletje van de derde en één van de vierde categorie. Last chance saloon voor sprinters die de bergen niet overkomen, want donderdag finishen we buitencategoriebergop: Luz-Ardiden! Enfin, ik wens nu nog een prettige avond, ondanks de zondvloed, en geniet van het staartje Vive le Vélo en straks De Mart. Kijkt u even of u @woukevanscherrenb wild ziet zwaaien ergens op Marts pleintje? A demain!

maandag 11 juli 2011

Pastour de Poncke Tourflits

Uw dagelijkse dosis Pastour de Poncke! Hoe staat het er voor in de Effesport #Supliek ? Wie rijdt er virtueel in het geel, wie staat er geparkeerd, wie hangt er aan het elastiek en wie draagt de rode lantaarn? Ditjes, datjes en praatjes uit de Tour van 2011.

Wat moet je nou nog over een etappe als die van gisteren zeggen? Bijbels. Episch. Iconisch? Of gewoon een rot etappe? We zijn Vino kwijt en Jurgen VDB. Wout Poels moest al vroeg afstappen, Bertje heeft een zere knie, Klöden ging onderuit. En dan was er Johnny. Dè beelden van de etappe waren natuurlijk Hoogerland en Flecha die geschept werden door díe Franse tv-wagen. En eigenlijk vooral de huilende Zeeuw na afloop op het podium. Ik zag de beelden uiteindelijk drie keer, en drie keer hield ik het ook niet droog. Stoere sportmannen die huilen als een kind. Van pijn, van woede en van pure ontgoocheling. Hartverscheurend.

Dat Sanchez voor Rabo de etappe won en dat Gesink weer lijkt op te knappen vergeet ik steeds. Ik heb het wel gezien, ik heb er om gejuicht gisteren, maar ik moest het vanochtend weer even opzoeken. O ja, Sanchez. Er is in mijn hoofd geen plek meer voor, mijn hoofd zit vol met de tranen Johnny. Kijkt u zelf even naar de Supliek? Ik geloof niet dat er veel is veranderd. Wel hadden we twee debuterende dagwinnaars, Anne Joldersma en Sebastiaan Timmerman. Gefeliciteerd heren!

Enfin, laat ons rusten vandaag. Geen koers, alleen de nababbel vanavond. Kunt u vandaag eindelijk even het huis stofzuigen en boodschappen doen. Of u net als ik weemoedig wentelen in het zwarte gat van de rustdag. Terugdenkend aan de tranen van Johnny.

A demain.